Gedragsproblemen

 

probleemgedragIedereen die iets met paarden doet loopt vroeg of laat tegen problemen op. Dat betekent niet dat we meteen met een "probleempaard" te maken hebben.

Gedragsproblemen ontstaan over het algemeen wanneer er iets mis is in de communicatie tussen mens en dier of het welzijn (de welzijnskwaliteit) van het paard. Wanneer we kijken naar de definitie van welzijn voor paarden komen we aan de volgende punten:

    1 vrij van dorst, honger en onjuiste voeding
    2 vrij van fysiek of thermaal ongemak
    3 vrij van pijn, verwonding of ziektes
    4 vrij van angst of chronische stress
    5 vrij om natuurlijk gedrag te vertonen
De manier waarop wij met paarden omgaan, deze huisvesten en rekening houden met hun natuurlijke behoeften, zijn de laatste jaren sterk verbeterd. Toch komen paarden met ongewenst gedrag nog regelmatig voor.

Maatwerk

Voor het oplossen van gedragsproblemen bestaat geen kant en klare oplossing. De verschillen tussen twee paarden met het zelfde probleem zijn eenvoudig te groot. Wanneer je uitgaat van het paard als individu zullen we dus opzoek moeten naar de oorzaak van het probleem en de oplossing moeten aanpassen aan het specifieke probleemgedrag van het paard. Je kan gedragsproblemen indelen in de volgende twee groepen:

1. Gedrag zonder interactie met de mens

gedragsproblemenDeze gedragsproblemen zijn voor het paard weinig bezwaarlijk, maar voor de mens meestal wel. Wanneer er zonder tussenkomst van mensen ongewenst gedrag ontstaat hebben we dus te maken met spontaan ontstaan gedrag van het paard. Het karakter van het paard kan een rol spelen, maar het kan ook aangeleerd gedrag zijn. Aangeleerd gedrag ontstaat vaak door onbewuste training of als gevolg van negatieve omgevingsfactoren.

Een paard dat op stal staat te weven, uit hiermee zijn ongenoegen, maar wordt gezien als een paard met probleem gedrag. Het paard kan niet anders dan op deze manier uiten dat er niet wordt voldaan aan zijn natuurlijke behoeften! De oplossing voor deze problemen zullen dan ook bijna altijd gezocht moeten worden in andere leefomstandigheden. Bijvoorbeeld in meer beweging of vijheid , contact met soortgenoten, vaker naar buiten, meer afwisseling, minder onrust op stal en ga zo maar door.

Een tweede voorbeeld is schrapen of schoppen tegen de staldeur voor aandacht of voer. Vaak krijgt de "druktemaker" als eerste zijn voer. Dit gedrag levert aandacht op èn voer (negatieve aandacht is ook aandacht!) Het paard krijgt een flinke beloning voor zijn gedrag en zal dit gedrag dus zeker gaan herhalen.

2. Gedrag tijdens interactie met de mens

Wanneer een paard ongewenst gedrag laat zien in de samenwerking met de mens is dit altijd een reactie op het gedrag van de mens. Willen we dit oplossen zullen we dus niet alleen aan het paard moeten werken, maar aan de hele combinatie. Dit wetende hebben we een deel van de oorzaak al gevonden en kunnen we het bij de mens liggende deel van het probleem door training of gedragsverandering aanpakken. Eventuele onderligende oorzaken bij het paard zullen zorgvuldig moeten worden opgespoord, wat in de praktijk niet altijd even makkelijk is. Je kan hierbij aan onopgemerkte fysieke problemen denken.

Er kan ook sprake zijn van een verstoorde dominantie verhouding, een onduidelijke en inconsequente communicatie of het zich niet bewust zijn van lichaamstaal en intentie wat onderandere leiderschapsproblemen met zich mee kan brengen. Het paard niet of moeilijk aan de hand kunnen leiden, bijten, aanvallen of pletten, uitbreken, geen voeten geven, niet willen trailerladen zijn enkele voorbeelden hiervan.

Wanneer er ongewenst gedrag ontstaat als reactie op pijn of ongemak oftewel een lichamelijke oorzaak heeft, kan dit na dat de problemen allang verholpen zijn, aangeleerd gedrag worden. In dat geval is de lichamelijke oorzaak verdwenen maar het gedrag blijft. Dit is een vervelend en lastig probleem om op te lossen. Maar zeker niet onmogelijk.

Problemen in het zadel

Wanneer het paard geen fysieke beperkingen heeft maar er toch rijtechnische problemen ontstaan zijn, heeft dit over het algemeen te maken met verkeerd gebruik van materiaal of techniek. Er ontstaat verwarring bij het paard door de onduidelijke signalen wat er toe leidt dat het paard spanning opbouwt. Wanneer deze te hoog oploopt zal het paard op zijn natuurlijke compas varen en vluchten. Een ruiter die de oorzaak hiervan niet herkent ziet dit als ongewenst gedrag en zal dus onterecht corrigeren of zelfs straffen wat wéér niet door het paard wordt begrepen. Een fisieuzecirkel is ontstaan. Door kleine aanpassingen in het geven van hulpen of in de optoming van het paard door te voeren kan dit worden doorbroken. Mede als door het anders benaderen en belonen van een rijtechnisch vraagstuk en het gebruik van een goede onderlinge communicatie.

Lichamelijke problemen

Helaas komen lichamelijke klachten meer voor dan we denken. Voor een paarden is het laten merken van pijn of ongemak een zwaktebod. Diegene zal immers als eerste ten prooi vallen aan roofdieren. Doorgaans is het dan ook niet gemakkelijk een lichamelijk probleem in de vorm van ongemak of pijn te ontdekken. Het is dus van belang ons te blijven realisen dat paarden niet bedoeld zijn om op te rijden en alleen door vakkundige training kunnen leren een ruiter te dragen. In de praktijk blijken veel rijtechnische gedragsproblemen voort te komen uit lichamelijk ongemak. Een logische conclusie is dan dus ook dat we pas gaan denken aan gedragsverandering door training als alle mogelijke lichamelijke oorzaken voor het ontstaan van gedragsproblemen zijn uitgesloten.

Bel of mail gerust voor een afspraak of vragen. (contact)